Aquae Sextiae

Langs de Via Julia Augusta of de Via Aurelia lag Aquæ Sextiæ, de huidige stad Aix-en-Provence. De geschiedenis van deze Romeinse stad in Gallia Transalpina is nauw verbonden met die van het naburige Entremont, een oppidum van de Saluvii. Om hun macht te breken, vernietigde Rome het oppidum na een belegering in 123 voor Christus. Vervolgens stichtte Gaius Sextius Calvinus een fort op de vlakte, vlakbij de thermale bronnen. Hij gaf zijn naam aan de plek, “Aquae Sextiae” of “de wateren van Sextius”.

In 102 voor Christus was Aquae Sextiae het toneel van de grote overwinning van C. Marius op de Teutones. De stichting ontwikkelde zich rond het kamp. Caesar schonk de nederzetting het statuut van Latijnse kolonie. Tijdens de regering van Augustus werd het een volwaardige kolonie, namelijk de Colonia Iulia Augusta Aquis Sextiis. Daarna zag de stad zijn economische rol alleen maar groeien. In de 3de eeuw werd het de administratieve hoofdstad van Narbonnaise. en onder Diocletianus werd het de hoofdstad van de provincie Narbonensis Secunda. Helaas is er niet veel meer te zien van de kern van het oude Aquae Sextiae, en bijna alles wat er nog van over is, is momenteel ontoegankelijk. Het theater van de stad is weliswaar opgegraven, maar de overblijfselen bevinden zich op het terrein van een middelbare school en kunnen niet worden bezichtigd. Wel zichtbaar zijn de restanten van de grote thermen waar nu na al die eeuwen zich opnieuw een wellness is gevestigd. Zij werden gebouwd in de tweede helft van de 1ste eeuw aan het begin van de huidige Cours Sextius. De openbare baden vormden een essentieel onderdeel van het Romeinse leven en waren een plek voor hygiëne, gezelligheid en cultuur. In 300 na Christus werden de baden echter verwoest na een verbod op bezoek dat door het christendom werd opgelegd. Boven op de thermen werden tijdens de 14de eeuw de stadswallen gebouwd waarvan direct op het terrein van de moderne Thermes Sextius alleen de Tourreluque-toren (ca. 1360) de eeuwen overleefde. In de loop van de 4de eeuw nam het belang van de Romeinse stad af en er bleven nog maar zeventien van de oorspronkelijke veertig hectare van de stad over.

Binnen de stad is het trace van de Via Aurelia goed bekend. De dallen ervan werden onder meer terug gevonden aan de Rue Chabrier. De Romeinse heerbanen, die ooit omwille van strategische doelstellingen werden aangelegd, waren van cruciale betekenis voor de verspreiding van het vroegste christendom. De reiziger over de Via Iulia Augusta zal dat ongetwijfeld opmerken. En het is geen toeval dat de weg voorlangs de Kathedraal Saint-Sauveur liep waaronder belangrijke ontdekkingen werden gedaan. Aan de ingang van de kathedraal in de shop merkt de aandachtige bezoeker onmiddellijk een schitterende christelijke sarcofaag op, met de afbeelding van Jezus omringd door zijn appostelen. De prachtige doopkapel of baptisterium van de Kathedraal Saint-Sauveur werd gebouwd aan het begin van de 6de eeuw, of misschien zelfs de 5de eeuw, op de plaats van het oude forum. Dit oudste deel van de kerk staat rechts van de zuidelijke zijbeuk. Het interieur heeft een achthoekige vorm die typerend is voor de Merovingische periode, het midden is omgeven door acht hergebruikte zuilen uit de Romeinse tijd. Zes van de acht kolommen zijn gemaakt van groen marmer, twee van graniet. Het grote doopvont, dat ook achthoekig was, was in de eerste plaats bedoeld voor volwassenendoop. Vanaf de bouw werd de doopkapel voorzien van warm water uit de Romeinse baden.

Wanneer men Aix-en-Provence in oostelijke richting verlaat, kan men mits enige moeite nog oude tracés van de Via Aurelia ontdekken. Eén ervan ligt in het naburige Tholonet, een kleine onopvallende weg in een verkaveling voor luxueuze villa’s.