Wie in Haspengouw over Romeinse wegen fietst, komt geregeld tumuli tegen. Dit zijn grote grafheuvels, vaak van welgestelde eigenaars van villae of landbouwdomeinen. In 1989 ontwikkelde ik samen met het fantastische team van het Provinciaal Gallo-Romeins Museum een fijne fietsroute die de toeristen door een prachtig landschap van de ene naar de andere grafheuvel leidde. Om dat te realiseren werden al deze grafheuvels van infoborden en rustplekken voorzien. Ik ben er nog steeds trots op. Vandaag ben ik nog eens langs een aantal van die grafheuvels gefietst. Het is pijnlijk om te zien, maar zelfs bij het begin van het toeristisch seizoen zijn de sites van de meeste grafheuvels onvoldoende of niet onderhouden, de toegang door planten overwoekerd, banken en infoborden verdwenen. Een bank van de Via Belgica aan een hoeve in Herderen vermeldt de Gentombe die door het woekerende groen niet zichtbaar is. Een plaatje van het Agentschap Onroerend Erfgoed aan de Cockaertstombe signaleert dat de Vlaamse overheid een premie geeft voor de werken aan dit beschermd erfgoed. Het is ontnuchterend terwijl eenvoudig groenonderhoud door de stad of de gemeente al een wereld van verschil zou maken. Alleen de kleine tumulus midden in de velden van Vechmaal springt eruit, netjes onderhouden met een degelijke informatie. En tijdens mijn fietstochten merk ik dat er geregeld groepjes mensen halt houden. In feite kan men enkel besluiten dat onze overheden er geen belangstelling voor hebben.
Tumulus van Vechmaal: 1987, 2021, 2026
Cockaertstombe langs de Romeinse weg in Tongeren: 1992, 2014, 2026
Gentombe in Herderen: 2010, 2020, 2026
Hooghe tombe langs de Romeinse Kassei in Tongeren: 2014, 2019, 2026
Tumulus "De Tomb" langs de Romeinse weg in Brustem: 1987, 2019, 2020