Pleidooi voor archeologisch onderzoek op de site Eburonenhal

Gepubliceerd op 30 september 2026 om 20:53

In de tweede helft van de jaren 1980 was ik als jong conservator van het toenmalige Provinciaal Gallo-Romeins Museum betrokken bij het archeologisch onderzoek aan de Kielenstraat in Tongeren. De opgravingen vonden plaats vanaf juli 1986 op terrein ongeveer een halve hectare in de oostelijke sector van de binnenstad van Tongeren besloeg. Het project werd uitgevoerd in een samenwerking tussen de toenmalige Nationale Dienst voor Opgravingen en de provincie Limburg. De opgraving leverde een schat aan informatie op, vooreerst over het stratennet van Tongeren (zie hierboven). De bebouwing kende liefst tien opeenvolgende fazen waarvan de oudste tot het begin der keizertijd terug ging. De bebouwing bestond toen uit inheemse, rechthoekige hoeven. Van één van deze hoeves bleef de potstal bewaard (zie hieronder). Zij werden in de loop van de 1ste eeuw vervangen door nieuwe woningen in vakwerkbouw die wat meer luxueus en grootschalig waren. Vanaf de tweede eeuw ontwikkelde zich er een ambachtswijk terwijl de eerste stenen gebouwen pas in vanaf de 3de eeuw voorkomen. 

Tussen 2001 en 2004 vonden even verder aan de Clarissenstraat in Tongeren opnieuw archeologische opgravingen plaats, nu uitgevoerd door het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, de opvolger van de Nationale Dienst voor Opgravingen. Het is de zogenaamde Veemarktopgraving. Hier zou Julianus verrijzen. In de jaren 1980 had de zogenaamde Clarissenkloosteropgraving Romeinse bewoningsporen aan de noordrand van één van de decumani van de stad aan het licht gebracht. Ondanks de beperkte oppervlakte van slechts 346 m² was dit onderzoek bijzonder belangrijk omdat men voor het eerst een degelijk zicht kreeg op Romeinse bewoningssporen in de oostelijke sector van de stad. Aan de overzijde van de Clarissenstraat werden opnieuw resten blootgelegd van de vroege Romeinse stad, waaronder structuren en bewoningssporen met overgang van houtbouw naar steenbouw waardoor deze Romeinse stadssite van vijfduizend vierkante meter één van de best gedocumenteerde sectoren van het hedendaagse Tongeren is, ondanks het feit dat over de resultaten van het onderzoek slechts enkele kortere rapporten verschenen. Aan de straatkant van het terrein vonden de archeologen de restanten van Romeinse woningen waaronder een goed bewaarde Romeinse kelder (zie foto's onder). Vermoedelijk dateert die uit de 2de of 3de eeuw n.C.. De trappen zijn nog intact, net als de muren. De ruimte deed dienst als opslagruimte. Hij maakte deel uit van een houten woning. Het is niet enkel de grootste, maar ook de best bewaarde kelder die tot nog toe tijdens opgravingen in Tongeren gevonden werd.

Een definitieve rapportage was tot op heden niet mogelijk door gebrek aan financiële middelen en mankracht.

Moet het nog gezegd dat een opgraving op het terrein van de voormalige Eburonenhal van uitzonderlijk gelang is, vooral ook gezien het feit dat het terrein gesitueerd is vlak achter de middeleeuwse stadsmuur die daar rechtstreeks boven op de oudere Romeinse muur uit de 2de eeuw werd gebouwd en pal op een kruispunt van een decumanus (oost-west georiënteerde weg) met een cardo (noord-zuid georiënteerde weg). De nabijgelegen opgravingen bewijzen de aanwezigheid van een langdurige bewoning en allerhande activiteiten tijdens de Romeinse tijd, en dit vanaf de vroege keizertijd tot de late 3de eeuw. Een goed archeologisch onderzoek zal niet alleen onze kennis over onze Romeinse stad versterken, maar heeft bovendien ook het potentieel van een verrijking van de collectie van het Gallo-Romeins Museum.

Foto's: IAP & RN