Het begrip Pax Romana staat bij veel mensen voor de idee van vrede. Het is een idee die de Romeinse keizers op een meesterlijke wijze hebben gecommuniceerd via literatuur, monumenten, opschriften en munten. Het beroemdste is wellicht de Ara pacis, het altaar van de vrede dat een meesterlijk staaltje van keizerlijke propaganda is: ‘vrede en welvaart dankzij het huis van Augustus’.
Wat vaak vergeten wordt is de politieke betekenis van de Augusteïsche vrede, de imperiale missie die in de vredesidee concreet als een richtlijn voor ‘buitenlandse politiek’ is vervat. Die missie van Rome wordt door Vergilius bij monde van Anchises, de vader van Aeneas, duidelijk als volgt verwoord:
“Maar gij, Romein, bedenk dat gij de volken onder uw hoge heerschappij moet dwingen want dat zal uw genie zijn: aan de vrede een vaste wet opleggen, wie overwonnen zich op genade overgaven sparen en helemaal te neer slaan die u tarten." [1]
De basis voor de vrede lag in een imperiale hegemonie, in de eenheid van rijk en bestuur. De woorden van Anchises verwijzen minder naar de volkeren buiten de grenzen van de Romeinse wereld, maar veeleer naar de volkeren die deel uitmaakten van het uitgestrekte Imperium Romanum en die tegen de Romeinse overheersing en hegemonie in opstand kwamen. Maar wat betekende deze Pax Romana voor de Gallische en Germaanse bevolking in dat verre noorden? Een tekst van Tacitus, waarin hij de redevoering van Cerialis tijdens een bijeenkomst met de Treveri en Lingones in Trier weergeeft, verschaft een verhelderend antwoord op deze vraag.
“Tirannie en oorlogen zijn er steeds geweest in de Gallische landen totdat jullie tot ons recht zijn overgegaan. Wij van onze kant, hoewel wij zo vaak werden uitgedaagd, hebben jullie overeenkomstig ons recht van de overwinning slechts dat opgelegd, wat ons moest toelaten de vrede te beschermen. Want rust voor de volkeren is niet mogelijk zonder een gewapende macht, een gewapende macht niet zonder soldij, soldij niet zonder heffingen. Al het overige is voor jullie en voor ons op gelijke wijze weggelegd. Jullie zelf staan zeer vaak aan het hoofd van onze legioenen, jullie zelf waren verantwoordelijk voor het bestuur van deze en andere provincies. … Maar wanneer de Romeinen zouden verdreven zijn, wat de goden hopelijk verhinderen, wat anders kan daaruit voortvloeien dan oorlogen tussen alle volkeren onderling.” [2]
De Romeinse vrede bracht voor de Galliërs en andere volkeren niet alleen stabiliteit en economische voordelen, maar ook militaire bezetting en onderdrukking. Dat laatste gaf de geschiedschrijver ook aan naar aanleiding van de aanwezigheid van de Romeinse troepen aan de Rijn in 23 na Christus:
“Maar de voornaamste sterkte bestond uit acht legioenen aan de Rijn, dat bolwerk, gericht zowel tegen de Germanen als tegen de Galliërs."[3]
De Pax Romana was in essentie een gewapende vrede, gebaseerd op militaire macht. Ook andere geschriften van de auteurs uit de oudheid getuigen van dezelfde geest en laten weinig twijfel bestaan.[4] Het romaniseringsproces dat na de veroveringen volgde was ten gevolge daarvan een koloniseringsproces. Tacitus schrijft in de biografie van zijn schoonvader Agricola hierover het volgende:
"De Britten leefden verspreid en waren onbeschaafd en daardoor snel geneigd tot oorlog. Om hen nu via een aangename levensstijl te laten wennen aan rust en vrede, maakte Agricola hen persoonlijk enthousiast en bood publiekelijk steun voor de bouw van tempels, markten en huizen. Hij prees wie meedeed, wees onwilligen terecht, en zo nam wedijver om de eer de plaats in van dwang. Ook liet hij zoons van de bovenlaag onderwijzen in de vrije kunsten en gaf hij aan Brits talent de voorkeur boven Gallische geleerdheid. Daarmee wekte hij enthousiasme voor welsprekendheid, terwijl men de taal der Romeinen tot dan toe had afgewezen. In het verlengde hiervan kwamen toga’s in zwang. Geleidelijk zakte men zo af tot verleidelijke, slechte gewoonten: brede galerijen, stoombaden, welverzorgde diners. Men wist nergens van en sprak van ‘cultuur’, terwijl het deel uitmaakte van hun slavernij." [5]
De pax Romana was dus zeker geen na te streven ideaal, zoals zo vaak wordt gezegd. De Romeinen brachten geen beschaving, maar waren kolonisatoren die het geluk hebben gehad dat zij hun kolonisatieproces hebben kunnen verankeren en hebben kunnen omzetten in een eeuw van rust en welvaart.
Afbeeldingen: Ara pacis, Rome, 2025; Romeinse thermen van Bath, 2024.
[1] Vergilius, Aeneis, 6, 854-859 (vert. A. Van Wilderode)
[2] Tacitus, Historiae, IV, 74 (vert. W. Meijer).
[3] Tacitus, Annales, IV, 4-5 (vert. J.W. Meijer).
[4] B.v. Vergilius, Aeneis, VI, vs. 854-859. Vgl. e.g. Horatius, Oden, III, 3, 44-46; Livius, I, 16, 7.
[5] Tacitus, Agricola, 21 (Vert. V. Hunink, 2006).