Een vluchteling

Gepubliceerd op 15 september 2020 om 16:26

In de zevende zomer na de ondergang van Troje zeilt Aeneas, de zoon van Anchises en de godin Venus, over de Tyreense zee, op weg naar Italië. Een storm teistert de vloot.

Ternauwernood kan Aeneas zich met zeven schepen redden. Uitgeput en gehavend bereiken zij de kust van Libië. Daar ontmoet hij zijn moeder Venus, vermomd als jageres en onherkenbaar vermomd. Wanneer zij informeert vanwaar Aeneas en zijn metgezel Achates komen en naar waar de tocht gaat, antwoordt de Trojaanse held:

 

“Godin, als ik u alles

van het begin af aan zou navertellen

en gij de tijd hadt om naar dit verdrietig

relaas te luisteren, dan zou nog eerder

de avondster, het duister begeleidend,

aan de gesloten hemeltrans verschijnen.

Wij zijn afkomstig uit het oude Troje,

als gij toevallig ooit die naam gehoord hebt.

Wij voeren op een menigte van zeeën,

totdat de gril van een orkaan ten leste

ons op de kust van Libië deed stranden.

Aeneas ben ik en mijn naam heeft weerklank

verworven in de wereld! Op mijn schepen

bracht ik uit Troje de geredde goden.

Italië, mijn stamland en de zetel

van mijn geslacht uit Jupiter geboren,

zoek ik thans op. Met twintig bodems stak ik

de zee van Phrygië over, langs de wegen

die mijn goddelijke moeder aanwees.

Slechts zeven schepen mocht ik overhouden,

gebeukt door wind en golfslag. Ik ben zelve

nog maar een arme zwerver die het eenzaam

gebied van Libië doorkruist, nadat hij

verdreven werd uit Azië en Europa!”

 

De Aeneïs van Vergilius is een fantastisch meesterwerk van de wereldliteratuur waarmee iedereen, die ooit de Latijns-Griekse volgde, voor een stuk is opgegroeid. Het epos verhaalt over de omzwervingen van de Trojaanse held Aeneas na de ondergang van zijn geliefde vaderstad en de lange strijd die hij in Italië moest voeren om een nieuw rijk te stichten, het machtige Rome. Met dit werk stelde Vergilius zich ten doel een Romeinse tegenhanger van Homeros' Ilias en Odyssee te leveren. In de retorica was het voor ons jongelingen een poëtische fictie die liet dromen van avonturen in verre landen. Nu 40 jaar later blijkt die poëzie meer dan ooit rauwe realiteit voor de talloze vluchtelingen die stranden op kusten van de Egeïsche en Middellandse zee.

 

Vertaling: Aeneis, vertaald in vijfvoetige jamben en ingeleid door Anton van Wilderode, 1962

Foto: Aeneas en Achates ontmoeten Venus, Giacinto Gimignani,1670