Maastricht: van de Romeinse weg tot de Meerssenerweg

Bij werkzaamheden aan de Meerssenerweg in Maastricht is een deel van de Romeinse heerbaan aan het licht gekomen die Keulen via Heerlen, Maastricht en Tongeren met Boulogne-sur-Mer aan de Noordzeekust verbond. Deze ontdekking maakt het mogelijk het oostelijke tracé van de weg met grotere zekerheid te reconstrueren.

De aanleg van deze Romeinse heerbaan begon omstreeks 10 v.Chr. De coördinatie van de opmetingen en de bouw van het Romeinse wegennet in Gallië was wellicht in handen van Marcus Vipsanius Agrippa. Bij de aanleg waren duizenden militairen van het Romeinse leger betrokken.

Het is niet de eerste keer dat deze weg in Maastricht aan het licht komt. In de omgeving van de recente vindplaats werd het tracé eerder al over een lengte van ongeveer één kilometer aangetoond, onder meer ter hoogte van het P+R-terrein Maastricht Noord en bij Mariënwaard-Kruisdonk. Het oorspronkelijke wegdek, met de aangrenzende greppels, bevindt zich op circa twee meter diepte en loopt parallel aan de huidige weg.

De archeologische gelaagdheid vertelt echter nog meer. Boven op de Romeinse weg bevindt zich een dikke laag rivierslib, afgezet tijdens een overstroming van de Maas. Daarboven liggen achtereenvolgens wegdekken uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Deze opeenvolging bevestigt niet alleen dat de Romeinse heerbaan, zoals ik in mijn boek ‘De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen’ (2021) beschreef, ook na het einde van de Romeinse tijd nog eeuwenlang in gebruik bleef, maar ook dat het verloop ervan, zoals het wordt geschetst op de oude kaarten van Villaret en De Ferraris, erg nauwkeurig was.

 Ook de eerste berichten over de archeologische metaalvondsten ondersteunen deze vaststelling. Naast een munt uit de derde eeuw werden er hoefijzers aangetroffen, waarvan het oudste exemplaar uit de twaalfde eeuw dateert. Deze vondsten wijzen erop dat de weg ook in de middeleeuwen nog werd gebruikt.