Van Atuatuca naar Noviomagus

Reizen over Romeinse wegen kan je ook met de fiets vlak bij huis. 

Vanuit Tongeren liep een Romeinse weg noordwaarts door de Kempen in de richting van Nijmegen. Het exacte traject ervan blijft grotendeels onbekend. Archeologisch onderzoek toonde aan dat hij Atuatuca Tungrorum, zoals Tongeren toen heette, verliet door een nu verdwenen kleine poort in de stadsmuur van de 2de eeuw. Vermoedelijk was dat via de Oude kerkhofweg ter hoogte van de Bilzersteenweg. Wellicht valt deze heerbaan samen met een kleine landweg en verkavelingsweg die via Riksingen en  Vrijhern tot Hoeselt loopt en daar eindigt. De weg kwam ook op een verkaveling in Bilzen aan het licht, waar archeologen tijdens een vooronderzoek aan het Bivelenhof sporen over een afstand van tweehonderdvijftig meter ervan terugvonden.  Verder bleef het traject van de Romeinse weg niet bewaard. Zijn verloop naar het noorden toe blijft dus erg hypothetisch. Mogelijk liep hij verder via As en Bree naar Hamont en Oirschot en eindigde hij in Wijk bij Duurstede. Ook wordt de mogelijkheid geopperd dat de weg vanuit Bilzen verder liep naar Neerharen-Rekem om daar aan te sluiten op de Maasweg, richting Nijmegen. 

In zover het tracé van deze heerbaan tussen Tongeren en Bilzen bewaard bleef, gaat hij schuil onder een weg met bebouwing of een landbouwweg door de velden. Sedert de 19de eeuw worden oude wegen verhard en nieuwe wegen aangelegd waardoor de Romeinse wegen op vele plaatsen onder het asfalt of de beton verdwenen. Dat geldt slechts gedeeltelijk voor deze weg die gedurende eeuwen de verbindingsweg tussen Tongeren en Bilzen vormde. Met de aanleg van de steenweg Tongeren-Bilzen in 1839 geraakte de oude Romeinse weg in onbruik en verviel hij tot een onverhard karrrenspoor. Naar aanleiding van woonuitbreiding en landbouwbehoeften werd hij echter grotendeels verhard. Ook vandaag nog wordt aan de steeds zeldzamer wordende zandwegen ‘geknaagd’. Het historische landschap met zijn onverharde karrenpaden en holle wegen staat onder steeds grotere druk. De weinige overblijvende stukken kan men terecht als belangrijke archeologische relicten beschouwen. Het laatste onverhard stukje van deze Romeinse weg ligt wat verscholen aan de Hernerweg waar hij over een afstand van net geen 350 meter als veldweg en holle weg bewaard bleef. Wandelaars en mountainbikers maken er dankbaar gebruik van.

 

Landbouwers, handelaars en reizigers maakten ook tijdens de vroege middeleeuwen tot in de 19de eeuw intensief gebruik van de oude Romeinse landwegen. Ook legers trokken geregeld over deze wegen. Zij bleven daardoor lange tijd aanwezig in het landschap en gaven daaraan structuur. Het is dus niet zo verwonderlijk dat Romeinse wegen vanaf de overgang van de 17de eeuw naar de 18de eeuw in oude atlassen en op historische kaarten voorkomen. Hun verloop kan trouwens vaak op grond van dergelijke kaarten worden bevestigd. Ook voor de identificatie van het tracé van de voormalige Romeinse weg noordwaarts zijn de historische kaarten onmisbaar. Onderzoek toonde ondertussen aan dat het patroon van de bewoning in onze streken sedert de late middeleeuwen tot het einde van de 20ste eeuw nauwelijks veranderde. Een verklaring hiervoor ligt in de aard van de landbouw die het landschap sedert de middeleeuwen tot de 19de eeuw amper wijzigde.  Archeologisch onderzoek illustreerde tegelijk hoe steden en dorpen tot de Romeinse tijd teruggaan en hoe hun grenzen vaak werden bepaald door het verloop van de heerbaan. Tegelijk is het opvallend hoeveel kerkjes van middeleeuwse oorsprong zich in de buurt van de Romeinse weg situeren. En zo zien wij onze weg terug op de kaarten van onder meer Joseph de Ferraris en Philippe Vandermaelen.

Deze heerbaan liep door Riksingen, één van die mooie oude kerkdorpen van Tongeren. Eén van de oudste vermeldingen als Rixinges dateert van 1205. Het dorp was een deel van de stadsvrijheid Tongeren.  De plaatselijke kerk, die oorspronkelijk van 1036 dateert, was een kwartkapel, een parochiekerk die een kwart van de cijns afdroeg, van de Onze-Lieve-Vrouweparochie van Tongeren. In dit kerkdorp werden volgens de oudere literatuur restanten van Romeinse villae, twee tumuli, en de sporen van centuriatio geïdentificeerd. In ‘Le strade romane nel Belgio’ wees J. Breuer in 1938 trouwens op de talrijke tumuli die langs de Romeinse wegen in de civitas Tungrorum waren opgericht. Met de komst van de Romeinen hadden de grafgebruiken van de inheemse bevolking, en in het bijzonder de grafmonumenten, geleidelijk een heel ander uitzicht gekregen. De grondeigenaars die erin slaagden een bepaalde welstand op te bouwen, bouwden niet alleen luxueuze villa's, maar richtten in Haspengouw en elders in de civitas Tungrorum vanaf het einde van de 1ste eeuw en in de loop van de 2de eeuw talrijke tumuli met rijke grafinhouden op. Zij zijn een bijzondere vorm van grafarchitectuur, die typisch is voor het platteland.

In Riksingen stonden dus twee tumuli. Circa 500 tot 600 meter ten westen van die Romeinse heerbaan lag een grafheuvel die van daaruit perfect zichtbaar was. De tumulus lag aan de oude veldweg met de naam ‘Keiberg’, op het Krikelere Veld waar de oude Tomkesstraat, in het verlengde van de Kellensstraat naartoe leidde. Tijdens de Pax Romana stond in de nabijheid een villa of een boerderij. Op de kaart van Ferraris (1771-1778) is die tumulus van Riksingen niet aangeduid, op de kaart van Vandermaelen (18546-1854) daarentegen wel. Een tweede vermoedelijke tumulus zou deze onder de Sint-Annakapel zijn, een kleine 1.400 meter noordwaarts ter hoogte van de kluis van Vrijhern met de Loretokapel (17de eeuw). Op de kaart van Ferraris wordt deze kapel ‘Chapelle de Vier Linden’ genoemd. Zij werd in 1653 op een heuvel gebouwd in natuurbaksteen en is door vier lindebomen omgeven. De kapel dateert van 1653. Volgens de overlevering is de heuvel waarop de kapel werd gebouwd een tumulus. Hierover bestaat verwarring en onduidelijkheid. Hoe dan ook lag deze vermoedelijke tumulus met kapel pal langs de oude Romeinse weg die vanuit Tongeren noordwaarts richting Bilzen liep. Het volume van deze heuvel zou deze overlevering verder kunnen bevestigen. De tumulus zou echter vroeger reeds leeg geroofd zijn. Oude foto's illustreren hoe de omgeving van de Sint-Annakapel en de kluis van Vrijhern in de loop der jaren veranderd is. Van het oorspronkelijke landschap blijft amper nog iets over. Ook het karakter van de oude landweg is verdwenen.

 

Nauwelijks 100 meter ten westen van de Romeinse weg staat de Sint-Gertrudiskerk van Riksingen met een trotse romaanse toren opgetrokken in mergelsteen tijdens de 13de eeuw. De kerk gaat terug op een 11de-eeuwse Romaanse kapel. Een in 1856 teruggevonden wijdingssteen vermeldt de datum 29 maart 1036. Deze parochiekerk van Riksingen was niet de enige in de nabijheid van de Romeinse weg. Net geen 500 meter ten oosten staat de Sint-Hubertuskerk van Henis, hoog boven op de heuvel. De toren dateert van de 13de eeuw. Noordelijker, nu ten westen van de weg staat de Sint-Hubertuskerk van Sint-Huibrechts-Hern die van de 13de-14de eeuw dateert. Op de plaats van de Sint-Stephanuskerk van Hoeselt stond reeds een 10de-eeuws preromaans kerkgebouw. Daarvan resten enkel nog de onderste geledingen van de toren. De twee bovenste geledingen werden gebouwd omstreeks 1250 terwijl het schip van 1770 dateert. De aanwezigheid van al deze kerken in de onmiddellijke nabijheid van de Romeinse weg illustreert niet alleen hier treffend welk een belangrijke rol Romeinse wegen ook na de ondergang van het Romeinse rijk doorheen de geschiedenis bleven spelen.

Vlakbij de Sint-Hubertuskerk van Sint-Huibrechts-Hern lagen eertijds de drie tumuli van Sint-Huibrechts-Hern. Sedert het archeologisch onderzoek van deze drie grafheuvels op het einde van de 19de eeuw zijn zij samen met bijna de volledige grafinhoud verloren gegaan. De tumuli van Sint-Huibrechts-Hern lagen langs de Tomstraat in het zogenaamde ‘Tombosch’ langs de Romeinse weg Bilzen-Waremme, zo schrijft de Tongerse archeoloog F. Huybrigts.  Vlakbij lagen ook de overblijfselen van een Romeinse villa. ln 1897 en 1898 onderzocht F. Huybrigts gedurende zeven weken deze drie grafheuvels. De campagne, naar eigen zeggen met de grootste nauwgezetheid uitgevoerd, verliep door middel van galerijen. Het onderzoek tijdens de maand december van 1897 kende evenwel niet veel succes. ln mei van het daaropvolgend jaar zette men de werkzaamheden verder en werd tumulus A grondig aangepakt. In een kuil van 2 meter diep en 3,75 meter in het vierkant vonden zij een rijk grafmeubilair dat bestond uit aardewerk, bronzen kandelaars, 4 riemen met bronzen sierbeslag, enkele messen en nog wat kleinere voorwerpen. Vooral de aanwezigheid van het schildersmateriaal was merkwaardig. Een aantal bronzen doosjes gevuld met pigment in 12 variëteiten, ca I50 onregelmatige kleursteentjes eveneens in verschillende kleurvariëteiten, verfpotjes gevuld met geprepareerde kleuren en ijzeren kokertjes met houten penselen, doortrokken van ijzeroxide, verleidden de onderzoekers er toe om deze tumulus het "Graf van de Schilder" te noemen. Analyses van de pigmenten in het begin van deze eeuw wezen uit dat de schilder van Sint-Huibrechts-Hern kleuren gebruikte die uit minerale grondstoffen waren getrokken en verbonden waren met een organische substantie. De kleuren waren volgens de onderzoekers zonder twijfel dezelfde als die in ltalië aangewend werden bij de decoratie van openbare en particuliere gebouwen.

Met een zeker ongeduld onderzocht men tumulus B en reeds na 5 dagen werden de inspanningen beloond. Naast de brandresten van de overledene troffen de onderzoekers ook hier een vrij rijk grafmeubiliar aan. De "opgravingsverslagen" van F. Huybrigts zijn niet steeds even duidelijk en nauwkeurig. Wetenschappelijke systematiek, uitvoerige beschrijvingen met vergelijkingsmateriaal en volledigheid ontbreken. Evenmin werden hieraan gedetailleerde opgravingsplannen toegevoegd. Bij het lezen van deze verslagen heeft men soms eerder de indruk een avonturenroman te lezen waarin de ontdekking van het mooie voorwerp centraal staat. ln dat opzicht waren de onderzoekers kinderen van hun tijd. Het gros van deze voorwerpen is tijdens de eerste wereldoorlog in de nacht van 18-19 augustus 1914 bij bombardementen door het Duitse leger verloren gegaan. Slechts enkele stukken waaronder de prachtige bronzen lamp en de resten van een ijzeren plooizetel overleefden deze catastrofe doordat zij tijdelijk uit de verzameling verwijderd waren. De inhoud van de tumuli van Sint-Huibrechts-Hern nam Huybrigts op in het verslag dat hij op 7 juli 1920 bij het Tribunaal van Oorlogsschade indiende. Hierin werd ook  een beknopte inventaris gegeven. Overeenkomstig deze mededeling zouden 117 stukken afkomstig van de grafinhoud verloren zijn gegaan.

De drie grafheuvels werden ondanks talrijke protesten genivelleerd en de terreinen werden als akkerland in gebruik genomen. De voorwerpen uit de tumuli van Sint-Huibrechts-Hern kunnen in het einde van de 2de of in de 3de eeuw gedateerd worden. Wat er van rest, wordt bewaard in het Gallo-Romeins Museum te Tongeren.

 

Via een onverhard stukje aan de Hernerweg slingert deze Romeinse weg zich als een verkavelingsweg tot in Hoeselt door het landschap. Vlak voor Hoeselt op het zogenaamde Morlotveld, staan al eeuwenlang twee kruisen tegenover elkaar. Zij zijn aan weerszijden van de weg opgericht ter herdenking van de gewelddadige dood van twee mannen. De twee moord- of zoenkruisen werden in de tweede helft van de 16de eeuw opgericht. Beide kruisen zijn reeds aangeduid op de Ferrariskaart (1771-1778) en de Atlas der Buurtwegen (rond 1843-1845). Deze plaats is als "Twee kruisen" benoemd op de topografische kaart. Het oudste kruis herdenkt de dood van Ghysbrecht Pauwels in 1567. Het opschrift in sierlijke letters luidt: "1567/ Ghyes/ Ponwels". Daaronder is een gekruisigde Christusfiguur in reliëf afgebeeld. De naam Ghyes Ponwels verwijst naar Ghysbrecht Pauwels de Jonge uit Alt-Hoeselt. Hij stierf hier in het voorjaar van 1567, vermoord of onvrijwillig gedood. Tegenover het kruis van 1567 ter herdenking van Ghysbrecht Pauwels werd in 1592 een tweede, kleiner kruis opgericht voor Emondt Palmarts. Hij werd hier door een zekere Jan Smeets uit Riksingen om het leven gebracht. De tekst op het kruis luidt: "Emundus Pakmarts/ obiit anno 1592/ Godt troyst die ziel". Dit 16de-eeuwse kruis werd in 1976 gestolen en vervangen door een vermoedelijk 18de- of 19de-eeuws kruis waarin als herinnering aan het oorspronkelijke kruis het oude opschrift werd gekapt. Terwijl de twee kruisen eerder onopvallend langs de Romeinse weg stonden is het amper mogelijk naast het nieuwe kunstwerk van Frits Jeuris te kijken. Het werk '#Inconcreto' gaat over de tegenstelling tussen abstract en concreet. Het kunstwerk #inconcreto moet niet alleen als toeristische bezienswaardigheid, maar ook als uitkijkpunt fungeren. ‘Niets is eerlijker dan kunst in de open ruimte’, zo stelt de kunstenaar!


«   »