De Romeinse weg onverhard

Sedert de 19de eeuw worden oude wegen verhard en nieuwe wegen aangelegd waardoor de Romeinse weg op vele plaatsen onder het asfalt of de beton verdween. Ook nu nog wordt aan de steeds zeldzamer wordende zandwegen ‘geknaagd’. Er lijkt altijd wel een nobele reden te vinden om een verharding voor elkaar te krijgen. De protesten komen doorgaans uit de hoek van natuurbescherming. Dergelijke verhardingen gaan immers ten koste van natuur en biodiversiteit. Voor wie vanuit het oogpunt van erfgoed kijkt is de aantasting misschien nog bedreigender en toont een duidelijk probleem aan. Ons historisch landschap met zijn onverharde en holle wegen staat onder steeds grotere druk.

Van de Romeinse weg tussen Tienen, Tongeren en Maastricht blijven op de dag van vandaag nog zeer weinig stukken over die nog min of meer een weerspiegeling zijn van hun oorspronkelijke toestand. Van de circa 45 kilometer Romeinse weg tussen Tienen en Maastricht was tot de ruilverkavelingswerken vanaf de jaren 1970 circa 75% nog onverhard. Dat is sedertdien dramatisch veranderd waardoor op dit ogenblik nog slechts 2,2 kilometer of 4,8% onverhard overblijft. Het zijn de onverharde karrenpaden en holle wegen die het geluk hebben gehad de geschiedenis te overleven.  De overblijvende stukken kan men terecht als belangrijke archeologische relicten beschouwen.